
Op plekken waar veel mensen in een gebouw bij elkaar komen, is noodverlichting vereist. Het is meestal een van de belangrijkste voorschiften in de gebruiksvergunning van een gebouw.
Er bestaat een centrale en een decentrale noodverlichting. Een centrale noodverlichting wordt gevoed door een accu. Die staat op een centrale plaats en is met een brandvertragende bekabeling aangesloten op de lampen. Bij deze noodverlichting moet speciale bekabeling worden aangelegd. Het onderhoud aan de verlichting is relatief eenvoudig. Decentrale noodverlichting heeft voor elke lamp een afzonderlijke voeding. Er is geen speciale bekabeling nodig, maar het onderhoud aan dit type verlichting is wel wat arbeidsintensiever. EPM biedt speciale onderhoudscontracten aan voor noodverlichting.
Noodverlichting staat nooit op zichzelf. De gebruiksvergunning vraagt ook om een adequaat ontruimingsplan. De noodverlichting dient daarop afgestemd te zijn. In geval van nood moeten de voorgeschreven vluchtroutes vanzelfsprekend verlicht zijn.
|